Mobiliteitsvergoeding in PC 124: wat je per werf moet bijhouden
De mobiliteitsvergoeding is voor veel bouwbedrijven het onderdeel van de loonvoorbereiding dat het vaakst discussie oplevert. Niet omdat de rekenregels onbekend zijn, maar omdat de onderliggende gegevens vaak niet volledig zijn vastgelegd op het moment dat de verplaatsing gebeurde.
In het kort
- De mobiliteitsvergoeding in PC 124 vergoedt de verplaatsing van de arbeider naar de werf.
- Je hebt per rit nodig: datum, arbeider, vertrekpunt, werf, afstand en of hij zelf reed of meereed.
- Zonder vast vertrekpunt en werfadres kan de afstand achteraf niet correct berekend worden.
- Leg de rit vast samen met de uren, niet in een aparte lijst op het einde van de maand.
- Buildaro koppelt de rit aan de werf en de dag, zodat de maandelijkse aanlevering sluitend is.
Wat de mobiliteitsvergoeding is
Binnen paritair comité 124 hebben arbeiders recht op een vergoeding voor hun verplaatsing naar de werf. Die vergoeding staat los van het loon voor de gepresteerde uren: ze hangt samen met het feit dat iemand zich naar een werf moet begeven en met de afstand die daarbij hoort.
De concrete bedragen, de afstandsschalen en het onderscheid tussen wie rijdt en wie meerijdt worden sectoraal vastgelegd en worden periodiek aangepast. Werk daarom nooit met bedragen uit je hoofd of uit een oud document, maar met de actueel geldende schalen die je sociaal secretariaat of het paritair comité publiceert.
Voor de administratie is de kern van de zaak echter niet het bedrag. Het is de vraag of je per arbeider en per dag kan aantonen welke verplaatsing er gebeurd is.
Waarom de werf en niet de werknemer het vertrekpunt is
Veel bedrijven organiseren hun administratie rond de werknemer: per persoon een blad, per persoon een aantal dagen. Voor mobiliteit werkt dat niet goed, omdat de vergoeding volgt uit een verplaatsing naar een plaats, niet uit een eigenschap van een persoon.
Als je vanuit de werf vertrekt, valt een aantal zaken meteen op hun plaats:
- De bestemming ligt vast en is voor iedereen op die werf dezelfde.
- Je kan per werf zien wie er die dag geweest is en of dat klopt met je planning.
- Werven met veel of verre verplaatsingen worden zichtbaar in je kostprijs per werf.
- Wanneer een werf verhuist of een tweede locatie krijgt, pas je dat op één plaats aan.
Registreer je daarentegen per werknemer zonder werf, dan moet je achteraf per dag opzoeken waar die persoon was. Dat is precies het opzoekwerk dat de maandafsluiting zo lang doet duren.
Welke gegevens je per rit nodig hebt
Een rit is meer dan een afstand. Om een verplaatsing later te kunnen verantwoorden, leg je per arbeider en per dag vast:
- De datum van de verplaatsing.
- Het vertrekpunt: het woonadres, de vestiging of een verzamelpunt.
- De werf als bestemming, met haar adres en niet enkel haar naam.
- Of de arbeider zelf reed, meereed of vervoerd werd, en met welk voertuig.
- Of er die dag verplaatsingen tussen werven waren, en welke.
- De afstand die je gebruikt en de bron ervan, zodat iedereen dezelfde afstand hanteert.
Leg de afstand per werf één keer vast in plaats van ze per maand opnieuw te bepalen. Zo krijg je geen verschillen tussen twee maanden voor dezelfde rit, en kan je bij een vraag altijd tonen welke afstand je gebruikt hebt en waarom.
Veelgemaakte fouten
De meeste problemen ontstaan niet door een verkeerde berekening, maar door een gegeven dat ontbreekt of te laat komt.
- De werf staat niet bij de dag genoteerd, waardoor de bestemming achteraf geschat wordt.
- Er wordt één vaste afstand gebruikt voor een arbeider, ook wanneer hij op een andere werf zat.
- Chauffeur en passagier worden niet onderscheiden, waardoor de verwerking niet klopt.
- Verplaatsingen tussen twee werven op dezelfde dag verdwijnen omdat er maar één lijn per dag is.
- Dagen waarop iemand niet naar de werf ging, bijvoorbeeld door verlof of weerverlet, blijven in de mobiliteitslijst staan.
- Een gewijzigd werfadres wordt niet doorgegeven, waardoor oude afstanden blijven meelopen.
Elk van die fouten is klein op zich. Samen zorgen ze ervoor dat je bij een vraag van een arbeider of bij een controle niet meteen kan aantonen hoe je aan je cijfers komt.
Hoe je het maandelijks sluitend krijgt
Sluitend krijgen betekent dat je aantal verplaatsingen overeenkomt met je aantal aanwezigheden. Een werkbare volgorde:
- Leg per werf het adres en de gebruikte afstanden vast, en houd die actueel.
- Registreer de aanwezigheid per arbeider en per werf, dag per dag.
- Leid de verplaatsingen af uit die aanwezigheden, in plaats van ze apart in te geven.
- Trek de dagen af waarop iemand niet naar de werf ging, en noteer waarom.
- Vergelijk maandelijks het aantal verplaatsingen met het aantal aanwezige dagen en zoek de verschillen uit.
- Lever pas aan wanneer die vergelijking klopt.
Werk je met een vaste maandelijkse aanlevertermijn richting je sociaal secretariaat, plan die controle dan een aantal dagen daarvoor in. Welke termijn en welke aanleveringsvorm bij jullie van toepassing zijn, bevestig je best schriftelijk met je sociaal secretariaat.
Buildaro brengt planning, uren, werfgegevens en loonvoorbereiding samen in één systeem, zodat je deze gegevens niet meer op verschillende plaatsen moet samenzoeken. Wil je zien hoe dat er voor jullie administratie uitziet?
Vraag een kennismaking aanVeelgestelde vragen
Waarom volstaat het woonadres van de arbeider niet?
Omdat de vergoeding samenhangt met de verplaatsing naar de werf van die dag. Dezelfde arbeider kan de ene week vlakbij werken en de andere week ver van huis, dus het adres alleen zegt niets over de afstand die hij die dag aflegde.
Moeten we het onderscheid maken tussen chauffeur en passagier?
Ja, dat onderscheid is relevant voor de verwerking. Noteer daarom per rit wie reed en wie meereed, en met welk voertuig, in plaats van dat later te reconstrueren.
Wat doen we met dagen waarop iemand naar meerdere werven ging?
Registreer die dag als meerdere ritten, elk met hun eigen vertrekpunt en bestemming. Eén lijn per dag maakt het onmogelijk om de verplaatsingen later correct te onderbouwen.